Vrouw met een verhaal | Milou* vertelt

Dat ouders niet altijd onvoorwaardelijk van hun kinderen houden, bestond voor mij eigenlijk alleen in films. Dat Milou* dit aan de lijve ondervonden heeft blijkt wel uit haar heftige verhaal. 

Milou* is een gefingeerde naam. De echte naam van Milou* blijft anoniem. 

Voorstellen

Ik ben geboren in 1987 op een klein flatje in een dorp op de Veluwe. Mijn moeder is opgeleidt tot kleuterjuf en heeft ook op een basisschool gewerkt tot aan mijn geboorte. Vader werkte bij een bouwbedrijf op kantoor.
Beide ouders zijn in een vrij streng gelovig gezin opgegroeid, ze hebben kort verkering gehad en zijn al snel vanuit huis getrouwd.  Zodra er kinderen op komst zijn, besloot mijn moeder om fulltime huismoeder te worden.

Ik ben net 1 jaar als we gaan verhuizen naar een rijtjeswoning in hetzelfde dorp en wanneer ik 2,5 jaar ben, wordt er een zusje geboren; Jasmijn*. Na 2 jaar wordt er nog een zusje geboren (Lieke*) en binnen 3 maanden is mijn moeder wederom in verwachting en krijg ik een broertje ; Siem*. Binnen 6 jaar worden er 4 kinderen geboren. Via de buren komen mijn ouders in contact met een andere geloofsgemeenschap en besluiten zij over te gaan.

Begin

De eerste herinneringen die ik heb zijn veelal van ruzies en gescheldt. Mijn moeder was altijd zeer gespannen en kon weinig tot niets van ons hebben. Lawaai maken, ruzie maken, met elkaar stoeien, maar ook liedjes zingen werden al vrij snel de kop ingedrukt omdat dit te veel voor haar was. Ik nam zelden vriendjes of vriendinnetjes mee naar huis , want niemand vond mijn moeder aardig en sommigen waren zelfs bang voor haar.

Op school had ik het goed naar mijn zin. Ik vond het leuk om te spelen en te leren, maar ik was altijd wel een stil en teruggetrokken meisje. Het liefst was ik onzichtbaar. Sociale contacten leggen was dan ook niet mijn sterkste punt. Ik vond het moeilijk om andere kinderen te vertrouwen en me te hechten aan leeftijdsgenootjes. Dit was de juffen ook opgevallen en zij probeerden daarover in gesprek te gaan met mijn moeder, maar zij werd snel boos en veroorzaakte dan regelmatig stampij op school. Tot grote schaamte van mij. Dit deed ze trouwens niet alleen op school, maar ook op andere plekken buitenshuis raakte mijn moeder verzeild in gênante situaties waarbij zij haar gedrag totaal niet onder controle had. Ik trok me dit altijd heel erg aan en kreeg dan ook al snel het gevoel dat iedereen mij raar vond, omdat ik zo’n ‘gekke’ moeder had.

‘Vaak had ik geen idee wat ik had misdaan, waardoor mijn moeder boos op mij werd.’

Al vrij snel begonnen de eerste lichamelijke mishandelingen. Ik hoefde maar weinig te doen om een klap te pakken te krijgen en zat dan ook regelmatig op mijn kamer nadat ik was geslagen. Dan huilde ik mijzelf in slaap.
Het gebeurde ook wel dat ik s ’avonds laat nog uit mijn bed werd gehaald, omdat ik dan moest komen praten over wat er was voorgevallen die middag. Vaak had ik geen idee wat ik had misdaan, waardoor mijn moeder boos op mij werd. Ik kon het dan ook niet uitleggen wat er gebeurd was, wat voor nog meer frustratie bij mijn moeder zorgde en het hele tafereel van die middag zich herhaalde.

Vader had een afzijdige rol, hij werkte 5 dagen in de week en bemoeide zich weinig met ons. Hij bracht s ’ochtends alle kinderen van het gezin en een aantal uit de buurt naar school en een andere ouder haalde alle kinderen weer op. Ik probeerde zo vaak mogelijk bij Vera*, mijn beste vriendinnetje te gaan spelen. Daar kon ik helemaal mezelf zijn, spelen in de tuin, computeren, knutselen, maar ook ravotten met de broer van Vera*. Soms bouwden we een hut in haar kamer of mochten met de matrassen van de bedden de trap af zoeven. Steeds meer kreeg ik in de gaten dat het bij andere mensen vaak gezelliger was dan thuis.

‘De wereld van mijn ouders was vrij klein..’

Bij opa en oma (van moederskant) kwam ik heel graag. Ik ging dan met oma eendjes voeren of naar de kinderboerderij. Als ik ging logeren dan mocht ik altijd kiezen wat er gegeten zou worden en opblijven totdat het donker was. Soms ging Jasmijn* mee logeren, dat waren leuke weekenden.

Opa en oma van vaderskant waren niet in beeld, ik vroeg er geregeld naar, maar moeder werd altijd heel boos als ik erover begon en wilde er niets over zeggen. Ook bij mijn vader kwam ik er niet achter hoe het precies zat en of er bijvoorbeeld nog ooms en tantes waren. De wereld van mijn ouders was vrij klein. De kerk werd wekelijks bezocht en ook de jeugdactiviteiten moesten verplicht gevolgd worden. Ook hier was regelmatig ruzie over, omdat ik dit niet altijd wilde, zeker toen ik ouder werd.

Zelfs in de kerk veroorzaakte mijn moeder regelmatig ruzies tussen haar en de andere geloofsgenoten. Was het niet over de jeugdactiviteiten dan was het wel over het samenstellen van de kostuums voor de jaarlijkse kerstmusical. Ik was er 1 keer bij dat moeder zo boos werd dat ze iedereen uitschold en met spullen begon te gooien. Ik schaamde me diep voor mijn moeder

Moeder ging weer werken toen Siem* 6 jaar was. Zij werd kleuterjuf op de basisschool waar Jasmijn*, Lieke* en Siem* ook op zaten. Ik was op de andere basisschool gebleven omdat ik alleen nog groep 8 moest doen. De andere kinderen waren met veel stampij  van die school afgehaald en naar een andere school gestuurd. Al vrij snel nadat moeder was begonnen met werken, begonnen ook daar de problemen. Ze was het niet eens met de directeur, ze kon niet samenwerken met haar duo-collega, ze kon de kinderen niet de baas en ze kon niet overweg met de ouders

Opa

In de zomer van 1999 stond ik met het hele gezin op een camping in Drenthe. Hier gingen we al jaren naartoe en ik had een fijne vriendin gevonden. In de nacht van 23 op 24 juli werd ik wakker gemaakt door mijn vader; er was iets met opa en we moesten snel terug naar huis. Midden in de nacht zonder spullen, zijn we vertrokken in de auto. In het ziekenhuis hebben we uren zitten wachten op een bankje, midden in de nacht. Mijn ouders kwamen eindelijk van de kamer af, samen met oma die huilde. Ik kreeg te horen dat opa erg ziek was en aan allemaal slangetjes lag. Ik mocht kiezen of ik nog even bij hem wilde kijken, maar ik durfde niet.

De volgende morgen werd ik, samen met mijn zusjes en broertje, naar vrienden gebracht waar we gingen logeren. De enige kleding die ik had was het jurkje wat ik aanhad die nacht dat we weggingen van de camping. Een kleine week later mocht ik weer naar huis en bleek opa overleden te zijn. Allemaal zijn we wezen kijken waar opa opgebaard lag. Oma en mijn moeder waren in tranen. Van binnen huilde ik heel hard, maar ik durfde niet te huilen waar alle anderen bij waren. Moeder had geen oog voor het verdriet van haar kinderen. Met de begrafenis was er een condoleance na afloop. Daar kwamen ook mensen van de kerk langs. Er was 1 vrouw die ik goed kende van de jeugdkring en toen zij mij een dikke knuffel gaf brak ik. Al het verdriet wat ik had weggeduwd kwam er met horten en stoten uit. Het voelde zo fijn dat er iemand was die mij zo’n dikke knuffel gaf en me troostte. Wat had ik dat gemist en wat had ik dat hard nodig. Na de begrafenis werd er thuis nooit meer over opa gesproken en ik durfde er ook niet over te beginnen uit angst voor de reactie van mijn moeder.

Fysiek verweren

Moeder huilde sindsdien veel. Vaak stond ze uren voor het raam van de woonkamer voor zich uit te staren of te huilen. Als ik en mijn broertje en zusjes thuiskwamen uit school, moesten we naar onze kamer en mochten we mijn moeder absoluut niet storen ; mijn moeder had ruimte voor zichzelf nodig. Ik werd een steeds stiller meisje buitenshuis. Binnenshuis probeerde ik met alles mijn moeder te ondersteunen, met niet het gewenste resultaat. De klappen, het schoppen en het duwen werden dagelijkse dingen. Moeder werd eens zo boos op mij omdat ik kauwgom had gekocht dat ze mij zo door het raam van de voordeur duwde. Overal lagen glassplinters en geluk bij een ongeluk was er niemand gewond geraakt. Het ergste vond ik dat er een vriendinnetje bij was toen dat gebeurde, het vriendinnetje durfde daarna niet meer bij mij te spelen.

‘Ze veegde alles zo van tafel en zei dat ik ook niets goed kon doen’

Hoe ouder ik werd, des te meer ik mij begon te verweren. Mijn moeder kleineerde en intimideerde mij en kon zo op mij inpraten dat ik niets waard was. Op school en in de kerk kwam ik geregeld, maar er was niemand die er van af wist. Ze dreigde altijd dat alles wat er thuis gebeurde binnen 4 muren moest blijven, doodsbang als ik was hield ik netjes mijn mond. Ik probeerde mijn moeder in alles te helpen en te ontlasten zodat zij minder zorg hoefde te geven aan de kleinere kinderen thuis. Als ik de was had opgevouwen en dit trots aan mijn moeder liet zien dan veegde mijn moeder alles zo weer op de grond en zei ze dat ik ook niets goed kon doen. Ik begon regelmatig terug te schelden als mijn moeder mij uitschold of kleineerde. Dit zorgde steeds vaker voor heftige ruzies die ontaarden in een fysiek gevecht en verbaal geschreeuw van de meest nare opmerkingen.

‘Rotkind, Kankerhoer, ik zou willen dat je dood was, kutwijf, niks kan je goed doen, mislukkeling, je bent gestoord, ik laat je opnemen in een gesticht, teringwijf, hou je grote bek’

Uitingen die inmiddels normaal werden. De kwetsende opmerkingen zorgden er steeds vaker voor dat ik huilend in slaap viel. Op school en in mijn omgeving werd ik steeds stiller en meer teruggetrokken. Niemand leek te weten wat er thuis speelde en voor mij voelde het steeds meer alsof er geen mensen waren die écht om mij gaven. Al was ik in gezelschap van mensen, toch voelde ik mij enorm alleen. Het grote geheim begon steeds zwaarder te wegen. Het huis waarin ik woonde was zeer slecht geïsoleerd en flink gehorig. De buren moeten regelmatig gehoord hebben dat er flinke ruzies gaande waren. Waarom was er dan niemand die mij hielp?

Verwond

Tijdens een ruzie sloeg mijn moeder met een schrijfblok recht op mijn oog, waardoor ik een dik blauw oog kreeg. Ze dreigde gelijk dat ik tegen anderen moest vertellen dat ik tegen de kast was gevallen,  hierdoor werd ik zo ontzettend boos dat ik mijn moeder voor van alles uitschold, wat de situatie alleen maar erger maakte. Voor de zoveelste keer kreeg ik een week huisarrest en mocht nergens naar toe. Gevolg was dat mijn moeder mij een aantal dagen negeerde en de dagen daarna de ruzies nog heftiger waren doordat moeder constant geïrriteerd leek als ik in de buurt was. Steeds vaker begon ik het huis te ontvluchten of ik zat op mijn kamer. Stiekem haalde ik dan eerst snoep of chips en at die daarna in één keer op. ’S Avonds had ik dan geen honger, wat mijn moeder wederom woest maakte en ik weer een andere straf opgelegd kreeg.

Ik voelde mij gevangen in de thuissituatie.

Vaak dacht ik eraan om alles te gaan vertellen aan een vriendin of iemand van de jeugdkring, maar ik was te bang voor de gevolgen. Op school werden er geen vragen gesteld over mijn blauwe oog. De mentor leek wel iets meer te willen weten, maar heeft hier verder nooit een gesprek over gehad.

Uit huis

Op een ochtend aan het ontbijt, ik was inmiddels 15, probeerde ik een grapje te maken die mijn broertje volledig verkeerd begreep (later bleek Siem autistisch te zijn). Hij begon met eten te gooien, waardoor moeder ontplofte en mij meerdere klappen tegen mijn achterhoofd gaf. Ik begon terug te slaan, waardoor dit uitmondde in een fysiek gevecht. Van alle kanten werd ik geslagen, geduwd en door mijn moeder in mijn gezicht gespuugd, waarbij ze bleef zeggen dat ik niets waard was en wat voor klote kind ik was. Volledig in tranen vertrok ik naar mijn kamer, pakte mijn schooltas en ging naar school. Onderweg haalde ik een vriendinnetje op en heb ik het hele verhaal aan haar verteld. Zij bood direct aan om bij haar te logeren. Halverwege de dag werd ik uit de les gehaald om met de mentrix te praten. Zij had het verhaal van mijn vriendin gehoord en wilde dat ik mijn ouders zou bellen. Dit heb ik geweigerd, uit angst voor mijn moeder.Uiteindelijk ben ik toch met mijn vriendin mee naar huis gegaan, nadat ik thuis mijn tas met spullen gepakt had.  De moeder van mijn vriendinnetje belde vervolgens mijn moeder, om mee te delen dat ik daar een paar dagen bleef, wat mijn moeder natuurlijk weer woest maakte.

Als ik niet direct naar huis zou komen, zou ik een groot probleem hebben

Politie

Bang en verdrietig als ik was, toch kwamen er geen tranen. Ik liet alles maar over mij heen komen.
De deurbel ging, mijn moeder kwam mij persoonlijk halen. Ze schreeuwde en tierde dat ik direct naar beneden moest komen. De stiefvader van mijn vriendin probeerde het nog te sussen, maar kreeg de wind van voren, waarop mijn moeder de trap op kwam.
Doodsbang wachtte ik af wat er zou gebeuren. Ze schreeuwde dat ik mee moest komen, wat ik weigerde, waardoor ze weer fysiek werd en aan mij begon te trekken. Slaan, duwen, dreigen, ze trok alles uit de kast om mij naar beneden te krijgen. Ondertussen werd de politie gebeld, wat zorgde voor een hysterische reactie bij mijn moeder. Ze was volledig doorgedraaid en trok mij aan mijn haren van de trap af.
Zelfs mijn vader kwam de situatie bekijken, maar hij stond erbij en keek er naar. Wat ik ook riep, hij deed geen enkele poging om mijn moeder rustig te krijgen.

Inmiddels was de politie gearriveerd, zowel ik als mijn ouders moesten mee. Op het politiebureau werd ik apart van mijn ouders in een kamertje gezet. Niemand kwam met mij praten, maar alleen met mijn ouders. Alsof ik de dader was in dit hele verhaal!

Ik voelde me machteloos en waardeloos.

Jeugdzorg

Na enige tijd kwam er een politieagent vragen of ik bereid was een gesprek aan te gaan met mijn ouders en Jeugdzorg of dat ik uit huis geplaatst wilde worden.
Te bang voor de gevolgen koos ik voor het eerste. Niemand luisterde naar mijn kant van het verhaal.
Omdat het bureau van jeugdzorg aan de andere kant van het dorp zat, moest ik bij mijn ouders achterin de auto. Mijn moeder vertelde me dat ik mij normaal moest gedragen omdat de gebeurtenissen thuis niet bestemd waren voor anderen. Ik vertelde dingen die niet waar waren en die mijn moeder voor schut zette.
Verward als ik was begon ik aan mijzelf te twijfelen. Had ik dit dan echt verdiend? Was ik zelf de oorzaak?

Tijdens het gesprek met Jeugdzorg had ik kunnen vertellen hoe alles werkelijk ging, maar ik durfde niet meer en verdraaide mijn verhaal. Ik zou weer normaal doen en mee naar huis gaan.
Volgens mijn ouders was ik gewoon een strontvervelende puber die niet te handhaven was. Met mij was geen land te bezeilen en ik was alleen maar opstandig.
Er werd mijn ouders hulp geboden, maar gek genoeg namen zij dit niet aan. Zij gingen dit ‘klusje’ zelf klaren.
De rit terug naar huis werd ik volledig genegeerd en werd me duidelijk gemaakt dat ik dit niet nog eens moest flikken. Niemand geloofde mij, dus moest ik me normaal gedragen.
Wanneer ik dit nog eens zou flikken werd ik naar een internaat gestuurd.
Vervolgens werd me alles ontzegd : geen zak- en kleedgeld, geen vriendinnen en geen buitenlucht.

Ik voelde mij eenzamer dan ooit.

 

 

 

 

Bron afbeeldingen : Pixabay
Volg: